Overzicht
- Voor beroepsinkomsten via vennootschap is vergoeding verschuldigd aan de gemeenschap
- Beroepsgoederen zijn altijd eigen, de vermogenswaarde ervan is gemeenschappelijk
- Meer solidariteit mogelijk bij scheiding van goederen via correcties in huwelijkscontract
- Bij nieuw huwelijk kunnen echtgenoten verzaken aan vruchtgebruik gezinswoning en huisraad
- Langstlevende echtgenoot erft het aandeel in het onverdeelde vermogen in volle eigendom
Als een ondernemer gehuwd is onder het wettelijke stelsel, vallen de inkomsten van een eenmanszaak altijd in de huwelijksgemeenschap. Wie werkt via een vennootschap kan een deel van de inkomsten uitkeren als bezoldiging en de rest ‘oppotten’ in de vennootschap. Als de ondernemer de vennootschap alleen heeft opgericht voor het huwelijk, dan zijn de aandelen eigen en dus ook de opgepotte reserves in die vennootschap. Bij een echtscheiding leidt dit vaak tot onbilllijke situaties. Vanaf 1 september 2018 zal de echtgenoot-ondernemer aan het gemeenschappelijke vermogen een vergoeding verschuldigd zijn voor de beroepsinkomsten die de gemeenschap had kunnen ontvangen als de activiteit niet onder de vorm van een vennootschap werd uitgeoefend.
Je kunt de harde gevolgen van het stelsel van scheiding van goederen verzachten door het juiste huwelijkscontract op te stellen.
Verfijning van het wettelijke stelsel
Er zijn ook nog enkele andere verfijningen van het wettelijke stelsel doorgevoerd. Op dit moment zijn beroepsgoederen eigen goederen van de echtgenoot die het beroep uitoefent. Bij ontbinding van het huwelijk is deze echtgenoot verplicht hiervoor een vergoeding te betalen aan de gemeenschap, die minstens even hoog moet zijn als de aankoopwaarde. Zo kan het dat een consultant bij de ontbinding van het huwelijk een vergoeding moet betalen aan de gemeenschap ten belope van de aankoopwaarde van zijn oud IT-materiaal terwijl dat ondertussen waardeloos is geworden. In de nieuwe regeling zal het eigendomsrecht van beroepsgoederen altijd eigen zijn van de uitoefenaar van het beroep, terwijl de vermogenswaarde ervan direct in de gemeenschap valt.
Hoewel het nieuwe huwelijksvermogensrecht een aantal zaken verbetert, blijft het aangewezen om een goed huwelijkscontract op te stellen.Jan Desmet
Scheiding van goederen, maar toch solidair
Om de gevolgen van een echtscheiding bij een stelsel van scheiding van goederen te verzachten, voorziet de hervorming twee mogelijke correcties via een huwelijkscontract. Zo verfijnde de wetgever de regels in verband met een verrekening van aanwinsten, waardoor de ‘armere’ echtgenoot een vordering krijgt op de ‘rijkere’ echtgenoot. Ook kunnen koppels onder de nieuwe regels een rechterlijke billijkheidscorrectie in hun huwelijkscontract opnemen. Deze clausule laat de rechter toe om bij een echtscheiding meer solidariteit te voorzien bij een manifest onbillijke situatie. Concreet betekent dit dat de financieel zwakkere echtgenoot een vordering krijgt op de andere echtgenoot.
Voor nieuw samengestelde gezinnen
Echtgenoten die voor de tweede keer huwen, willen soms dat hun volledige nalatenschap naar de kinderen gaat, zonder dat de nieuwe partner erft. De huidige regeling laat echter niet toe om te verzaken aan het vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad. Maar als beide echtgenoten een woning hebben, is het vaak niet de bedoeling dat het vruchtgebruik ervan naar de partner gaat.
Het nieuwe huwelijksvermogensrecht laat toe dat echtgenoten bij een nieuw samengesteld gezin ook kunnen verzaken aan het vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad. De langstlevende heeft wel een recht van bewoning gedurende zes maanden na het overlijden van de partner.
De inwerkingtreding van het nieuwe huwelijksvermogensrecht heeft positieve gevolgen voor de successieplanning, al dan niet via een huwelijkscontract.
Er komt een beter evenwicht wat betreft de positie van de langstlevende in het huwelijksvermogensrecht en het erfrecht.
Meer erfrechten voor langstlevende echtgenoot
Indien een erflater kinderloos is gebleven, zal de langstlevende echtgenoot in de nieuwe regeling altijd de volle eigendom verwerven van het deel van de overleden partner in de gemeenschap én van het aandeel van de overledene in het onverdeelde vermogen tussen beide echtgenoten.
Volledig eigen goederen van de overledene komen alleen in vruchtgebruik toe aan de langstlevende echtgenoot. Voor wie gehuwd is onder het wettelijke stelsel gaat het dan bijvoorbeeld over goederen die je erfde of geschonken kreeg. Als de overleden echtgenoot enkel verre zijverwanten als erfgenaam heeft, erft de langstlevende echtgenoot alles in volle eigendom. Dus ook de eigen goederen.
Cliënt bij Priority Banking Exclusive, Private Banking of Wealth Management?
Schrijf u in op onze dagelijkse en/of wekelijkse nieuwsbrief.
Ik schrijf mij in
De inlichtingen en meningen opgenomen in onderhavig artikel zijn toelichtingen met een louter informatief karakter. Zij kunnen in geen geval beschouwd worden als adviezen of aanbevelingen van fiscale, juridische of andere aard. Zij houden geen rekening met uw persoonlijke situatie.
Wij verzoeken u dan ook uw raadsman te contacteren vooraleer enige beslissing te nemen die rechtstreeks of onrechtstreeks gebaseerd is op de inlichtingen vervat in deze communicatie. Deze Algemene Bankvoorwaarden vormen het algemene kader van de conventionele relatie tussen BNP Paribas Fortis NV kredietinstelling met maatschappelijke zetel gevestigd is in 1000 Brussel, Warandeberg 3 - B.T.W. BE 0403.199.702 - RPR Brussel, onder het prudentieel toezicht van de Nationale Bank van België, Berlaimontlaan 14, 1000 Brussel en de controle inzake beleggers- en consumentenbescherming van de Autoriteit van Financiële Diensten en Markten (FSMA), Congresstraat 12-14, 1000 Brussel en ingeschreven als verzekeringsagent onder FSMA-nr. BE 0403.199.702.